Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Seven last words of Christ (Joseph Haydn)
The Seven Last Words of Christ (Joseph Haydn)
Inga Neilsen - Soprano
Anthony Rolfe Johnson - Tenor
Robert Holl - Bass
Margaretha Hintermeier - Mezzo-Soprano
Robert Hilyer - Bass
Nikolaus Harnoncourt - Conductor
Concentus Musicus Wien - Orchestra Arnold Schoenberg Choir    
       

Oefennummers.   
1 tm 8
Oorspronkelijk is het een orkestwerk dat bestaat uit een inleiding, 7 langzame sonata’s, in feite symfonische bewegingen, gebaseerd op Jezus’ zeven laatste woorden aan het kruis, en een afsluitend Presto (Il Terremoto). Het werd geschreven in opdracht van Don José Sáenz de Santa María, marqués de Valde-Íñigo, een mecenas die de decoratie van de Santa Cueva-grot onder de Santo Rosario-kerk te Cádiz (Spanje) bekostigd had. Het was bedoeld voor de bijzondere liturgische dienst die ieder jaar op Goede Vrijdag in die grot gehouden werd. Haydn beschrijft die dienst, en dus zijn opdracht, als volgt:
"De muren, ramen en pilaren van de kerk waren in zwart gedrapeerd, en slechts één grote lamp in het midden verlichtte de heilige duisternis. Om 12.00 uur ’s middags werden alle deuren gesloten en begon de muziek. Na een toepasselijke prelude beklom de bisschop de kansel, sprak één van de zeven woorden en gaf er dan een meditatie over. Als die beëindigd was, kwam hij naar beneden en viel knielend voor het altaar neer. Deze tijd werd gevuld door muziek. De bisschop besteeg weer de kansel en verliet hem dan, een tweede, derde keer, enzovoort, en orkest speelde iedere keer aan het eind van zijn preek. Ik moest met deze situatie rekening houden in mijn muziek.”
Het werk werd voor het eerst gepubliceerd door Artaria in Wenen in 1787. Wanneer het precies werd geschreven en zelfs wanneer het voor het eerst in Cádiz is uitgevoerd, staat niet vast; meestal veronderstelt men 1786.

Er bestaan verschillende versies van het stuk. De versie voor koor heeft een ietwat ingewikkelde geschiedenis, die begint in 1794, toen Haydn, terug van zijn tweede Engelandreis, via Passau naar huis ging. Daar hoorde hij een versie voor koor, gemaakt door de plaatselijke Domkapellmeister Joseph Friebert. Haydn vond een koorversie een goed idee op zich, maar dacht dat hij zelf een betere kon maken. Hij liet zich de partituur bezorgen en, terug in Wenen, zette hij zich aan het werk. Hij deed daarbij ook een beroep op zijn vriend Baron van Swieten, die de verzen van Friebert wat fatsoeneerde. Naast vele kleine ingrepen in Frieberts bewerking (waarvan hij meer en meer afweek naargelang het werk vorderde) zijn er twee grotere ingrepen: hij zette de woorden van Christus aan het begin van elk deel vierstemmig voor koor (bij Friebert waren het recitatieven begeleid door het orkest) en hij voegde een “Introduzione II” in tussen sonates 4 en 5.

bron Wikipedia
Terug naar de inhoud