Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 193 (Johann Sebastiaan Bach)
BWV 193
Reconstructie van de incomplete cantate 193 door Ton Koopman.
Sopraan : Caroline Stam
Alt : Michael Chance
Tenor : Paul Agnew
Amsterdam Baroque Orchestra & Choir - Ton Koopman
Opgenomen maart 1999 in de Waalse kerk te  Amsterdam.

Oefennummers:
Bach voerde de cantate BWV 193 voor het eerst - en waarschijnlijk voor het laatst - uit op maandag 25 augustus 1727 in de officiële stadskerk Nicolaikirche, ter gelegenheid van de plechtige jaarlijkse wisseling van het gemeentebestuur (Ratswahl); bij die gelegenheid, op de maandag na St.Bartholomeusdag (24 augustus) trad het regerend derde deel van de gemeenteraad met zijn burgemeester terug ten gunste van één van de twee op dat moment ‘rustende' partities. De stedelijke director musices kreeg jaarlijks opdracht voor die gelegenheid een feestelijk nieuw werk te componeren waarvoor hij afzonderlijk betaald werd. Bach moet deze dienst gedurende zijn Leipziger dienstverband dus 27 keer hebben geleverd; ons zijn nog slechts vijf van deze composities overgeleverd plus de teksten (zonder muziek) van drie andere. Daaruit blijkt de ‘nieuwheid' van deze stukken nogal betrekkelijk; Bach recyclet veel bestaande muziek met nieuwe teksten.
Hij doet dat nogal brutaal in BWV 193. De muzikale substantie ervan, een koor en twee aria's klonk in Leipzig nog geen vier weken eerder in de openlucht als huldigingscantate (dramma per musica Ihr Häuser des Himmels,  BWV 193a) op de naamdag (3 augustus) van de koning/keurvorst August II (‘der Starke'): landelijke en stedelijke overheid in één moeite gefêteerd! Het bestaan van BWV 193a kennen we slechts uit de tekst die librettist Picander in zijn verzameld werk afdrukt; hij is dus waarschijnlijk ook de auteur van de parodietekst BWV 193.
Helaas is cantate 193 ons maar gebrekkig overgeleverd: we kennen er geen partituur meer van en alleen nog partijen van sopraan, alt, de drie hoge strijkers (1e en 2e viool en altviool) en twee hobo's. Ten behoeve van de uitvoering van deze, naar het zich laat aanzien zeer aantrekkelijke cantate moet dus minimaal een tenor-, een bas- en een continuopartij worden gereconstrueerd terwijl we er zeker van kunnen zijn dat er, zoals in alle Ratswahlcantates, trompetten en pauken hebben meegespeeld. En misschien waren er ook nog wel traverso's of een derde hobo ... De op internet beschikbare partituur van de oude Bachgesellschaft (1894) volstaat met de beschikbare partijen, de koorpartituur/klavieruittreksel van Breitkopf is gebaseerd op een laat-negentiende eeuwse reconstructie van Bernhard Todt (1822–1907).

Bron: Eduard van Hengel
Terug naar de inhoud