Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 64 (Johann Sebastiaan Bach)
Kantate BWV 64 "Sehet, welch eine Liebe hat uns der Vater erzeiget"
(Johann Sebastian Bach (1685-1750)
3. Weihnachtstag (27. Dezember)  Uraufführung - 27.12.1723 .
Sopran-Peter Jelosits (Wiener Sängerknaben)
Alt- Paul Esswood
Baß - Ruud Van der Meer
Tölzer Knabenchor - Gerhard Schmidt-Gaden
Concentus musicus Wien - Nikolaus Harnoncourt
Oefennummers.
Toelichting:
Bach schreef zijn Cantate 64 voor de Derde Kerstdag 1723, in de eerste Kerst-, Nieuwjaar- en Driekoningenperiode die hij in Leipzig meemaakte en waarin hij maar liefst zes nieuwe  cantates uitvoerde, plus een Sanctus en de Kerstversie van zijn Magnificat, benevens acht herhalingen bestaand/nieuw werk. Maar van het Kerstfeest is in deze cantate al niets meer te merken: geen trompetten en pauken, geen kribbe noch engelen of herders. Het libretto stoot direct door naar de gevolgen van Christus' geboorte voor de gelovigen: de nutteloosheid en vergankelijkheid van wereldse beslommeringen. Wel herinnert de titeltekst, uit de eerste brief van Johannes 3:1, er aan dat 27 december tevens de feestdag van de apostel Johannes is, een bestemming die alleen boven het kerstfeest prevaleert wanneer 27 december op een vrijdag, zaterdag of zondag valt; 27/12/1723 was  een maandag.  De cantatetekst is ontleend aan een jaargang cantateteksten die de Schleizer pastor Johann Oswald Knauer (*1690) in 1720 schreef voor zijn zojuist tot kapelmeester in Gotha benoemde zwager Gottfried Heinrich Stölzel die ze alle op muziek zette, zoals ook Johann Friedrich Fasch deed, als hofkapelmeester te Zerbst. Bach  ontleende aan deze cyclus slechts teksten voor zijn cantates 64, 69a en 77, en pas na grondige verkorting en bewerking. Zo bevat BWV 64 twee extra koralen (en een ander slotkoraal) dan Knauers tekst voor derde Kerstdag. Met zijn - uitzonderlijke - drie koralen lijkt BWV 64 op de naburige BWV 40 van de vorige dag en BWV 153 voor zes dagen later, de zondag na Nieuwjaar 1724. Volgens Schweitzer (1908) was deze cantate "dazu bestimmt populär zu werden".

Bron: Eduard van Hengel
Terug naar de inhoud