Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 131 (Johann Sebastiaan Bach)
Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir, BWV 131.
Coro: Aus der Tiefen rufe ich, Herr, zu dir
Arioso Bas: So du willst, Herr, Sünde zurechnen
Coro: Ich harre des Herrn, meine Seele harret
Aria Tenor: Meine Seele wartet auf den Herrn von einer
Coro: Israel hoffe auf den Herrn
Howard Crook, tenor
Peter Kooy, bas
Collegium Vocale Philippe Herreweghe     
Oefennummers.
Toelichting:
Cantate 131 is waarschijnlijk de oudst bewaard gebleven cantate van Bach, ontstaan in 1707 in Mühlhausen (Thüringen) en dus lang voordat (vanaf 1723) Bachs massale cantateproduktie in Leipzig op gang komt. Wanneer Bach Aus der Tiefen  (de slot-n is trouwens geen spelfout maar een archaïsche vorm van het enkelvoud) componeert is hij 22 jaar oud en sinds kort organist aan de Blasiuskirche te Mühlhausen. Hij heeft zich de afgelopen vier jaar in de luwte van een rustig organistenbaantje in Arnstadt veelzijdig kunnen ontwikkelen als orgelvirtuoos, componist en orgeldeskundige. Anderhalf jaar geleden bezocht hij zijn idool Buxtehude in Lübeck. Op 17 oktober zal Bach trouwen  met zijn achternichtje, de zangeresaria Barbara, en binnen het jaar zal hij vertrekken naar Weimar waar hij negen jaar blijft, als organist, kamermusicus en kapelmeester aan het hof. Cantate 131 is waarschijnlijk geschreven voor een Bussgottesdienst  (boetedienst) voor de brand die Mühlhausen had geteisterd vlak voor Bach aantrad, waarbij drie- tot vierhonderd huizen in het centrum verloren gingen. Blijkens Bachs eigenhandige aantekening in de partituur is de cantate  geschreven in opdracht van dominee G.C.Eilmar van de   Marienkirche, de kerk waaraan Bach niet was verbonden. Dominee van de Blasiuskirche was de naar het piëtisme neigende J.A.Frohne, die weinig moest hebben van ingewikkelde concertante kerkmuziek en ten hoogste  gelegenheid bood tot gemeentezang en zo Bachs streven, zijn Endzweck, nemlich eine regulirte kirchen music zu Gottes Ehren frustreerde, met als gevolg dat Bach binnen een jaar naar Weimar vertrok. Met de orthodoxe Eilmar had Bach vriendschappelijker relaties; deze werd peetvader van Bachs eerste dochter Catharina Dorothea.

Bron: Eduard van Hengel
Terug naar de inhoud