Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Psalm 95 (Felix Mendelssohn Bartholdy)
Felix Mendelssohn‐Bartholdy, Psalm 95,  „Kommt, lasst uns anbeten“ für Soli, Chor und großes Orchester  Sonntag,
10. Juli 2011, 9.30 Uhr,  Kantatengottesdienst zum Kissinger Sommer 2011  
Kammerorchester Bad Kissingen,
Würzburger Madrigalchor,
Choreinstudierung Johannes Strauß,
Sigrun Haaser, Sopran,
Ilse Fenger, Sopran,
Michael Tischler, Tenor
Leitung: Kantor Jörg Wöltche
Erlöserkirche Bad Kissingen
Oefennummers:
Psalm 95, “Komm, lasst uns anbeten” opus 46 (1838-1841),
De zetting van deze devote, maar moeilijk te begrijpen psalm 95 kostte Mendelssohn veel moeite, getuige de herhaaldelijke revisies voordat hij het uit handen durfde te geven aan de uitgeverij. De muziek is ingetogen, donker, met de nodige dramatiek, maar als geheel is het nogal symfonisch, met veel volle koor- en orkestpassages en mist de soepelheid van de andere werken. Mooi als middelpunt is het duet van de twee sopranen.
Psalm teksten inspireerden Mendelssohn gedurede zijn gehele scheppende periode, en hij liet naast a-cappella liederen en de hymne “Hör mein Bitten” ook vijf grote psalm cantates na":

"Wie der Hirsch schreit" (Psalm 42)
"Kommt, lasst uns anbeten" (Psalm 95)
"Singet dem Herrn ein neues Lied" (Psalm 98)
"Da Israel aus Ägypten zog" (Psalm 114)
"Non nobis"
respectievelijk "nicht unserm Namen, Herr" (Psalm 115)

Mendelssohn wordt vaak met Mozart vergeleken. Beiden waren wonderkinderen, beiden hadden een getalenteerde zus en beiden stierven jong. Mendelssohn, zoon uit een tot het christendom bekeerd welgesteld joods gezin, bleek al zeer jong een muzikaal fenomeen dat ook nog kon dichten en schilderen. Als componist keek Mendelssohn meer achterom dan vooruit: zijn grote voorbeelden waren Bach, Händel en Mozart. Het was Mendelssohn die Bach weer uit de vergetelheid haalde en de eerste zet gaf aan de Bachrevival die sindsdien nog steeds voortduurt. Een eeuw na de première voerde Mendelssohn namelijk Bachs Mattheüspassie voor het eerst weer uit. Dat was in 1829.  Hoewel hem in zijn muzikale carrière alles voor de wind ging, maakte zijn zwakke gestel hem emotioneel kwetsbaar. De dood van zijn lievelingszus Fanny werd hem fataal: Mendelssohn stierf in hetzelfde jaar, 38 jaar oud.

    Terug naar de inhoud