Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
I wonder as I wander
I wonder as I wander van John Rutter
Performed live during Musica Intimae:
Soulful Soundscapes 2nd July 2016
Chamber, The Arts House
Solo sung by Marion Domhoever
Oefennummer:
Jesus child
John Rutter (Londen, 24 september 1945) is een Brits componist, organist en koordirigent. Hij schrijft hoofdzakelijk composities voor koren.
Hij ging in Londen samen met de componist John Tavener naar de Highgate School. Nadien ging hij muziek studeren aan Clare College, Cambridge. Aldaar dirigeerde hij van 1975 tot 1979 het collegekoor en was in die functie ook organist. In 1981 richtte hij de Cambridge Singers op, dat hij spoedig tot een van Engelands beste kamerkoren maakte. Rutter is verder bekend door zijn medewerking aan muziekuitgaven zoals Carols for Choirs (in samenwerking met David Willcocks) en Oxford Choral Classics. Ook richtte hij een eigen platenlabel op, Collegium Records.
Hoewel hij niet religieus is schrijft Rutter voornamelijk kerkmuziek, maar hij heeft ook muziek bij vertellingen gecomponeerd (muzikale fabels). Hij heeft zowel meer klassieke werken geschreven, zoals een Gloria, een Magnificat en een Requiem als werken voor de Anglicaanse liturgie, waaronder vooral anthems en een aantal carols. Zijn stijl is eclectisch: hij gebruikt invloeden uit de Engelse, Franse en Duitse koortradities, met enige sporen van popmuziek en jazz. Dit laatste blijkt vooral uit zijn gebruik van asyncopische ritmes. Het heeft hem de kritiek opgeleverd dat zijn composities te simplistisch en te traditioneel zouden zijn. Rutter heeft inderdaad bijvoorbeeld Engelse traditionals als The keel row en The willow tree gearrangeerd, maar hij voerde ook als een van de eerste dirigenten de oorspronkelijke versie voor kleine bezetting uit van Gabriel Fauré's Requiem.

I Wonder as I Wander, gearrangeerd door John Rutter
Beter bekend als de Appalachian Carol. Dit lied dateert uit 1933 toen John Jacob Niles een klein meisje tegenkwam dat het zong. Rutters arrangement herleeft de ontdekking zoals het begint met een lyrische melodische lijn gezongen door een solo sopraan die de eenvoud van de originele carol benadrukt. De rest van het koor voegt zich bij elke stem met een onafhankelijke etherische melodie, waardoor een polyfone textuur ontstaat.







Terug naar de inhoud