Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Regina coeli KV 276 (W.A. Mozart)
W. A. Mozart    Regina Coeli Kv 276
Daniela Zerbinati, soprano
Alessandra Perbellini, contralto
Angelo Goffredi, tenore
Francesco Azzolini, basso
Coro Marino Boni
Coro Estudiantina Orchestra
Filarmonica di Mantova
Marino Cavalca, direttore
registrazione dal vivo - 09/01/2011
Chiesa di S.Pietro - Viadana (MN) Italy
Oefennummers.
Regina coeli KV 276
Binnen het katholicisme is Regina coeli of Regina caeli  (Koningin des hemels) een van de vijf Maria-antifonen over de Heilige Maagd Maria, en wordt gebruikt van de Paaswake tot Pinksteren. Ook wordt in de paastijd in plaats van het Angelus het Regina Coeli gebeden, waarbij enkele extra regels worden toegevoegd.
De auteur van deze tekst is onbekend. Volgens de legende hoorde Paus Gregorius I engelen de eerste drie regels van het versje zingen op een paasdag in Rome. Dit inspireerde hem om een vierde regel toe te voegen.

Mozart's Regina Coeli, K. 276, is een maria antifoon, een type liturgische gezang dat veel voorkomt in het Gregoriaanse repertoire. Maria antifonen zijn speciaal geschreven om de Maagd Maria te eren en worden gezongen aan het einde van Completen, het laatste getijdengebed van de liturgische dag, sinds de dertiende eeuw. Er zijn vier Maria antifonen, één voor elk seizoen van het jaar. De Regina Coeli, het Latijnse woord voor 'Koningin des hemels', wordt gezongen van Paaszondag tot de zaterdag voor Pinksteren.
Mozart heeft drie verschillende zettingen op deze tekst gemaakt. Alle drie de zettingen zijn waarschijnlijk geschreven voor gebruik in de kathedraal van Salzburg. Mozart's eerste zetting van het Regina Coeli is in C-groot, K. 108, en zijn tweede, in B-flat major, K. 127, werd een jaar later geschreven.
In 1772 werd een nieuwe aartsbisschop geïnstalleerd in Salzburg, graaf Hieronymus Colloredo, die onmiddellijk probeerde het aartsbisdom te moderniseren. Terwijl de graaf actief prominente schrijvers en wetenschappers rekruteerde, was de rol van hofmuzikanten aanzienlijk beperkt, een bron van sterke plaatselijke wrok. Tijdens de eerste jaren van de heerschappij van Colloredo schreef Mozart vele sacrale composities. Tegen 1775 concentreerde hij zich echter op instrumentale werken en seculiere vocale stukken, die hij vaak componeerde voor privé-gebruikers in plaats van voor het hof. Dit, in combinatie met de vaak gestelde wens van Leopold Mozart om Salzburg te verlaten, heeft in grote mate bijgedragen aan de ontevredenheid van de graaf over Mozart. In 1777 vroeg Mozart ontslag aan de aartsbisschop. Hij reisde naar Mannheim en Parijs op zoek naar een nieuwe baan, maar geen enkele diemde zich aan. Hij keerde terug naar Salzburg in januari 1779 en verkreeg de functie van hoforganist. Gedurende deze tijd componeerde hij de Krönungsmesse, K. 317, de Missa Solemnis, K. 337, twee Vespers, K. 321 en K. 339, en deze zetting van het Regina Coeli, KV 276.
Deze zetting is geschreven voor vier solisten, koor, klein orkest en orgel. Elke regel wordt gezongen door het koor, de solisten of een combinatie van de twee, met een afsluitende Alleluia gezongen door het volledige koor. De solo-lijnen zijn opmerkelijk geïntegreerd in het werk als geheel; ze hebben geen hoogsierende delen en er is een voortdurende afwisseling tussen de solisten en het koor.


Terug naar de inhoud