Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
operakoren (Giuseppe Verdi) > Il Travatore "Zigeunerkoor" Vedi le fosche
La storica registrazione dell'opera "Il trovatore" di Giuseppe Verdi fatta dalla DECCA nel 1956, illustrata con i meravigliosi castelli della Spagna medioevale.
Manrico: MARIO DEL MONACO
Leonora: RENATA TEBALDI
Il Conte di Luna: UGO SAVARESE
Azucena: GIULIETTA SIMIONATO
Ferrando: GIORGIO TOZZI
Ines: LUISA MARAGLIANO
Ruiz: ATHOS CESARINI
Coro del Maggio Musicale Fiorentino
Orchestre du Grand Theatre de Geneve
ALBERTO EREDE
Samenvatting van de opera Il trovatore van Giuseppe Verdi

Ferrando , kapitein van de lijfwacht van graaf Di Luna , vertelt zijn manschappen het verhaal dat het broertje van de huidige graaf door een zigeunerin behekst werd. Zij werd opgepakt en op de brandstapel gezet. Haar dochter ontvoerde daarop het broertje, en 's anderdaags vond men in de resten van de brandstapel het verkoolde lijkje van een kind.
In de tuin van het kasteel van de prins van Aragon vertelt Leonora , hofdame van de prinses, aan haar vertrouwelinge Inez over haar liefde voor Manrico , een troubadour. Inez heeft hier vreemde voorgevoelens bij maar haar raad om deze verhouding af te breken, weigert Leonora op te volgen.
Graaf Di Luna is ongemerkt naderbij gekomen om Leonora, de vrouw die hij waanzinnig liefheeft, te zien. Dan klinkt in de verte de stem van de troubadour, en Luna's jaloezie laait hoog op. Leonora rent naar buiten recht in de armen van Luna, waarvan zij in de duisternis denkt dat het Manrico is. Manrico, die hier getuige van is, denkt dat Leonora hem ontrouw geworden is, maar ze weet hem ervan te overtuigen dat het een vergissing was, en dat ze alleen van hem houdt, en niet van Luna. Deze wordt woedend en beide mannen besluiten tot een duel. Ze snellen weg en laten Leonora in onmacht achter.
In het zigeunerkamp laat de gewonde Manrico zich door zijn moeder Azucena verzorgen. Hij vertelt dat hij in staat was geweest de graaf te doden, maar het was alsof er een stem vanuit de hemel klonk die hem weerhield de dodelijke slag toe te brengen. Azucena vindt het maar niks, en in een soort van trance vertelt zij hoe haar moeder op de brandstapel stierf, nadat ze haar dochter had toegeschreeuwd haar te wreken. Hierop ontvoerde Azucena het broertje van de graaf en in een delirium wierp zij een kind in de vlammen. Toen het delirium week, besefte ze dat ze in plaats van het broertje van de graaf, haar eigen kind in de vlammen gegooid had. Manrico is ontzet door dit verhaal, en vraagt haar wie hij dan is. Azucena blijft volhouden dat hij haar zoon is. Dan komt Ruiz  met het nieuws dat Leonora, overtuigd van het feit dat Manrico dood is, in het klooster wil gaan. Manrico rent overhaast weg om haar tegen te houden, en Azucena probeert, wanhopig maar tevergeefs, hem te stoppen. Leonora maakt zich gereed om het klooster binnen te gaan, maar wordt gestopt door Luna, die haar met geweld wil ontvoeren. Hij wordt echter tegengehouden door Manrico en zijn manschappen.
Azucena, op zoek naar haar zoon, wordt door de manschappen van Luna gearresteerd en voor de graaf gebracht. Hij hoort haar uit en zijn achterdocht is gewekt door haar verhaal. Ook Ferrando herkent haar als de zigeunerin die mede betrokken was bij de ontvoering en moord op het broertje van de graaf, en wanneer blijkt dat zij ook Manrico's moeder is, kan de graaf zijn geluk niet op.
Manrico staat op het punt met Leonora te trouwen, maar wanneer hij hoort dat Azucena gevangen is, haast hij zich om haar te redden. Manrico wordt echter gevangengenomen en zit nu in de kerkers van het kasteel. Leonora is heimelijk naar het kasteel gekomen om hem te bevrijden. Ze hoort hem weeklagen vanuit de toren waarin hij opgesloten zit, terwijl de monniken in de kapel het Miserere zingen. Dan komt Luna naar buiten en Leonora maakt zich bekend. Zij smeekt de graaf haar minnaar te laten gaan; in ruil daarvoor zal zij zich aan de graaf geven. De graaf gaat akkoord en geeft opdracht de troubadour vrij te laten. Leonora, die helemaal niet van plan is zich aan de graaf te geven, neemt vergif in. In de kerker probeert Manrico zijn moeder te troosten, maar in haar waan probeert ze zich te warmen aan de vlammen van de brandstapel die haar wacht. Dan betreedt Leonora de kerker waar Manrico zit, en vertelt hem dat hij vrij is. Hij raadt gelijk welke prijs ze daarvoor betaald heeft en vervloekt haar. Dan begint het gif te werken en ze zakt stervend in zijn armen in elkaar. Luna beseft dat hij bedrogen is en gelast onmiddellijk Manrico's executie. Azucena ontwaakt en probeert hem tegen te houden maar buiten houdt de beul Manrico's afgehouwen hoofd echter al in de hoogte. Ze schreeuwt Luna toe dat hij zijn eigen broer vermoord heeft, en nadat ze uitgeroepen heeft dat haar moeder nu gewroken is, zakt ze stervend in elkaar. De graaf blijft verbijsterd achter.

bron: wikipedia.org
Terug naar de inhoud