Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Carmina Burana (Carl Orff)
Carmina Burana Carl Orff De Singel Antwerpen 2011 -- Stadsschouwburg Antwerpen 2011
Dirigent: Paul Dinneweth
Koor: Koninklijke Chorale Caecilia Antwerpen --
Repetitor: Peter Maus
Stemcoaching: Kristien Vercammen
Koninklijke Gente Oratoriumvereniging -- Dirigent: Jan Vuye --
Repetitoren: Tom Van Der Biest -- Johannes De Wilde.
Beauvarletkoor Kokzijde -- Dirigent Griet De Meyer
Kinderkoor Muziekacademie Wilrijk -- Dirigent Marleen Willems
Kamerorkest La Passione Lier -- Vera Van Eyndhoven - Concertmeester: Wietse Beels -- Hilde Van Keer
Sopraan: Martine Reyners -- Tenor: Philip Defrancq -- Bariton: Joris Derder
Camera: Leo De Borger -- Antoine Luyten -- Freddy Van Bulck -- Andre Van Rompaey --
Constant Biscop -- Roger Torfs -- Jean Averals -- Freddy Longueville -- Willy Verhasselt
Klankregie: Dirk Goetseels
Montage: Antoine Luyten
Geschiedenis.
"Carmina Burana" is een niet-middeleeuwse compositie in geheel eigen stijl.
Orff selecteerde in 1935 een aantal liederen uit de middeleeuwse Carmina Burana en schreef er zijn eigen muziek bij. Naast de muziek schreef hij ook een lichtprogramma.
De ondertitel was dan ook: Profane liederen gezongen door solisten en koor, begeleid door instrumenten en magische beelden.
Orff schreef het stuk origineel voor solisten, koor, twee vleugels en slagwerk. Later herschreef hij de instrumentatie van "Carmina Burana" naar één voor een geheel symfonieorkest. Op 8 juni 1937 was de wereldpremière in de opera van Frankfurt.

Indeling werk
Het eerste deel van de compositie genaamd “In de Lente” bestaat uit liefdesliederen, het tweede deel “In de Taverne” uit drank- en gokliederen en het derde deel “In de hof der liefde” uit liederen over de zinnelijke liefde. Het geheel wordt voorafgegaan en besloten door een hymne aan Fortuna, de godin van het lot, namelijk O Fortuna. Orff beeldt het leven uit als een soort rad van fortuin. Motto van het stuk is: Soms heb je geluk, maar de dag erna kan je alweer helemaal in de put zitten. Het is daarom belangrijk volop te genieten van de momenten van intens geluk, want het duurt vaak maar even.

Inspiratie
Carl Orff liet zich bij het componeren niet alleen inspireren door de middeleeuwse teksten, maar vooral ook door de afbeelding op de eerste bladzijde van het middeleeuwse handschrift in de Bayerische Staatsbibliothek. Op deze miniatuur zien we een wiel, het is het rad van fortuin. Onderaan het wiel ligt een koning in de modder, erbij staat: regnum non habeo, oftewel: ik heb geen koninkrijk. Links stijgt hij op met het wiel, erbij staat: Regnabo, oftewel, ik zal regeren. Bovenaan het wiel zit hij op de troon: regno, oftewel: ik regeer. Rechts daalt hij met het wiel af, erbij staat regnavi: ik heb geregeerd. De koning eindigt weer waar hij begon: onderaan. De compositie vertelt hetzelfde verhaal. We beginnen onderaan het wiel: het noodlot wordt beklaagd. Dan komt de lente, de natuur komt tot bloei en de liefde bloeit ook op, dit mondt uit in de lyrische uitroep: ik zou alles geven om bij de koningin van Engeland in de armen te liggen; hiermee zijn we bovenaan het wiel aangeland, in zekere zin is het koningschap bereikt. Vervolgens dalen we langzaam weer af, de afdaling is een overgave aan de liefde, die uitmondt in de totale overgave: Dulcissime, totam tibi subdo me, oftewel: allerzoetste, ik onderwerp me geheel en al aan jou. Daarmee is de cirkel rond.

De "Carmina Burana" van Orff spreekt velen tot de verbeelding. Vooral het koorstuk O Fortuna is in veel films en in reclame te horen geweest.
De "Carmina Burana" wordt nog met enige regelmaat opgevoerd.

Bron: Wikipedia


Terug naar de inhoud