Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 21 (Johann Sebastiaan Bach)
BWV 21 "Ich hatte viel Bekümmerni" from Bach
preformed by Carmine Celebrat Choir and Orchestra.
Solist: Andrea Csereklyei (sopran)
Kornélia Bakos (alt)
László Kálmán (tenor)
Domonkos Blazsó (bass)
Concertmaster: László Sándor
Oboe: Gergely Hamar
Trumpet: Gábor Komlóssy
Continuo: Anasztázia Bednarik
Cello: Marcell Vámos
Contrabass: István Tóth
Conducted by: István Zimányi

Cantate 21 behoort tot Bachs meest uitgevoerde cantates. Het is een lange cantate - elf delen - waarover Bach zelf blijkbaar ook zeer tevreden was: hij voerde hem vaak uit, bij diverse gelegenheden en wijzigde dan wat, waardoor de cantate geen sterke binding heeft aan de evangelietekst voor de derde zondag na Trinitatis, waarop hij (o.m.) te Leipzig en Weimar werd uitgevoerd. Bach bestemde hem uiteindelijk 'voor willekeurige gelegenheden (per ogni tempore).  
  • De oorsprong van de cantate (delen 2 - 6 en 9) ligt waarschijnlijk bij een rouwdienst, 8 oktober 1713, voor Aemilia Maria Harreß (1665 - 1713), weduwe van een Weimarer dignitaris; de bewaard gebleven herdenkingspreek besprak diverse bijbelteksten die in de cantate zijn verwerkt, en verklaart het, in vergelijking met andere cantates, grote aantal bijbelcitaten; de tekstdichter zal dus ook wel de Weimarer hofpoëet Salomon Franck zijn geweest. (De suggestie dat Bach de cantate in 1713 zou hebben uitgevoerd bij zijn sollicitatie in Halle is geheel ongedokumenteerd en zeer speculatief.)
  • Als elf-delige dubbelcantate, voor- en na de preek, voerde Bach hem voor het eerst in Weimar uit op 17 juni 1714, de derde zondag na Trinitatis, en als vierde in zijn reeks maandelijkse cantates sinds zijn benoeming tot concertmeester; daar fungeerde de cantate ook als afscheid (naar later bleek: voor altijd) van de muzikaal begaafde en Bach zeer toegewijde, 18-jarige en ziekelijke prins Johann Ernst.
  • Vervolgens heeft Bach de cantate in november 1720 in Hamburg uitgevoerd bij zijn sollicitatie naar de organistenpost aan de Jacobikirche; een keuze die veelzeggend is, niet alleen voor de status die deze cantate had tussen de inmiddels 25 cantates die Bach had gecomponeerd, maar ook omdat het de eerste cantate was die hij kon uitvoeren nadat hij in het calvinistische Köthen (dat geen kerkmuziek kende) bij thuiskomst van zijn enige buitenlandse reis moest ontdekken dat zijn eerste vrouw Maria Barbara tijdens zijn afwezigheid was overleden en begraven.
  • Op 13 juni 1723, nog geen drie weken na Bachs aantreden in Leipzig, was BWV 21 de eerste van de reeks Weimarer cantates die hij daar, al dan niet grondig gereviseerd of uitgebreid, uitvoerde ter ontlasting van zijn wekelijkse compositieverplichtingen. De cantate moet daar later nog enkele malen heruitgevoerd zijn.

Terug naar de inhoud