Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 248-Weihnachtoratorium (J.S. Bach)
Bach - Weihnachtsoratorium BWV 248
Opname van 13 december 2014, Het Concertgebouw, Amsterdam
Barokorkest B’Rock en RIAS Kammerchor o.l.v. René Jacobs
Met Sunhae Im [sopraan],
Bernarda Fink [mezzosopraan],
Martin Lattke [tenor],
Dominik Köninger [bariton]






Deel 1
Deel 2
Over het werk
In de tijd dat het Weihnachts-Oratorium ontstond, hield Bach zich meer met wereldlijke dan met geestelijke muziek bezig. Toen in 1733 Augustus III van Saksen werd gekroond, probeerde Bach met zijn briljante wereldlijke feestcantates de functie van kapelmeester aan het hof van deze keurvorst te veroveren (wat hem overigens niet is gelukt). Wellicht had hij daardoor te weinig tijd om een geheel nieuwe cantate-cyclus te componeren voor de kerstdiensten in Leipzig.
Het Weihnachts-Oratorium is grotendeels als zogenaamde parodie vervaardigd. In de muzikale betekenis van het woord betekent dit dat een oudere compositie van een nieuwe tekst wordt voorzien, maar dat de muziek nagenoeg ongewijzigd blijft. Van het totaal aantal delen gebruikte Bach maar liefst een derde – bijna alle openingskoren en aria’s – uit bestaande, meestal wereldlijke, cantates. Dat hij zijn muziek nogmaals wilde gebruiken, is makkelijk te begrijpen: wereldlijke cantates waren gelegenheidswerken en het zou verspilling van energie en kwaliteit zijn als deze muziek nooit meer zou worden uitgevoerd. De belangrijkste muzikale bronnen voor het Weihnachts-Oratorium zijn de cantates Hercules am Scheidewege (BWV 213) en Tönet, ihr Pauken, erschallet Trompeten! (BWV 214). Volledig nieuw zijn alle recitatieven, de meeste koralen en koraalbewerkingen, de sinfonia aan het begin van de tweede cantate en het openingskoor van de vijfde cantate. De zes cantates volgen in grote lijnen het bijbelverhaal zoals die uit de Evangelies van Lucas, Johannes en Mattheus tijdens de zondagse kerkdiensten werden voorgelezen. De geboorte van Christus wordt in de eerste cantate bezongen. In de daaropvolgende cantate verkondigt de engel aan de herders het heuglijke feit, waarna de derde de aanbidding van de herders bij de kribbe verhaalt. De vierde handelt over de naamgeving en de laatste twee cantates gaan over de Drie Koningen bij Herodes en de aanbidding. Een deel van de tekst is afkomstig uit de Bijbel. De andere ‘vrije teksten’, bijvoorbeeld van de aria’s, zijn waarschijnlijk van de hand van Picander (pseudoniem van Christian Frederick Henrici (1700-1764), met wie Bach al eerder samenwerkte. Maar zeker is dit niet: de tekst van dit oratorium staat niet vermeld in de gedrukte edities van Picander’s verzamelde poëzie. (meer)
Terug naar de inhoud