Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Te Deum (Hector Berlioz)
Te Deum Van Hector Berlioz
Uitgevoerd in de Alte Oper in Franfurt, op 12.9.1992 met het Weens Phiharmonisch koor en  Orchest en het Praags Philharmonisch koor onder leiding van diirigent Claudio Abbado.
Tenor: J.Carreras

Oefennummers:
Toelichting:

TE DEUM
Het Te Deum, de eerste twee woorden van Te Deum Laudamus, Latijn voor "Wij loven U, o God", is een hymne op basis van de Bijbel, uit de liturgie van de Christelijke kerken Legendarisch is het verhaal dat bisschop Ambrosius van Milaan deze tekst in beurtzang met Augustinus zou hebben gezongen ter gelegenheid van diens doop. Het Te Deum wordt daarom ook wel de Ambrosiaanse lofzang genoemd .
Berlioz componeerde het Te Deum in 1849 in Parijs na zijn eerste bezoek aan Engeland.
Het was een periode van grote politieke onrust die ook een zeer onzekere periode voor artiesten en musici veroorzaakte.
Hij componeerde het Te Deum niet voor een speciale gelegenheid maar hoopte wel dat het binnen enkele jaren beschikbaar zou zijn bij een grote ceremoniële gelegenheid.
Berioz moest echter wachten tot 1855 op zo'n gelegenheid .
Veel muziek uit dit Te Deum heeft Berlioz "geleend"uit niet eerder gepubliceerd werk . Het "Te ergo quesumus" komt duidelijk uit een eerder groot werk : het Agnus Dei van de "Messe Solennelle" uit 1824.
Berlioz legde het accent op de mogelijkheden die de tekst hem biedt tot grote theatrale effecten. Hij schuift flink met de oorspronkelijke tekst van het Te Deum. Zo wordt het gebed Dignare naar voren gehaald
als groot contrast met de lofprijzende hymnes van deel 1,2 en 4. De tekst Judex crederis die ongeveer in het midden van de originele staat gebruikt Berlioz als aanleiding tot een hoog dramatische finale.
Het werk werd voor het eerst uitgevoerd in de St. Eustachiuskerk te Parijs ter gelegenheid van de opening van de Wereldtentoonstelling. Het was de enige keer in zijn leven dat hij dit
werk uitvoerde. Later zou hij alleen nog maar delen hieruit uitvoeren.
De dag na de eerste uitvoering schreef Berlioz aan zijn vriend Franz Liszt: 'Het was een fantastische uitvoering en de prachtige St. Eustachiuskerk zat helemaal vol. Jammer dat jij er niet bij was! Het is een geweldig werk geworden, mijn Requiem heeft nu een broertje!'
Let op het speciale effect in het spel tussen orgel en orkest: tussen "Paus en Keizer". Verassend is ook het kinderkoor dat op bepaalde momenten ineens in de muziek opduikt!

 
LOUIS HECTOR BERLIOZ  {1803 - 1869)
Louis Hector Berlioz was een Frans componist, een belangrijk en vernieuwend vertegen­ woordiger van de Franse romantiek. Daarnaast was hij actief als muziekcriticus en dirigent.
Als de zoon van een plattelandsdokter kreeg hij in zijn geboorteplaats in de buurt van Grenoble muzieklessen van zijn vader. Op zijn twaalfde had hij zijn eerste werkelijk muzikale ervaring toen hij tijdens zijn eerste communie het meisjeskoor hoorde zingen. In hetzelfde jaar werd hij verliefd op een meisje uit de streek, Estelle Dubceuf, dat later opnieuw een rol in zijn leven zou spelen.
In 1821 werd hij door zijn ouders naar Parijs gestuurd om er geneeskunde te studeren . Maar hij kwam er zo onder de indruk van de opera dat hij tegen de wens van z ijn ouders in besloot componist te worden.
Berlioz nam privélessen en wist in zijn overmoed een zelfgecomponeerde mis opgevoerd te krijgen die hij later probeerde te vernietigen . In 1991 is het werk echter op de orgelgalerij van de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen teruggevonden.
Toen Berlioz in 1826 wilde meedingen naar de Prix de Rome kwam hij niet eens door de voorronde . Wijs geworden schreef hij zich in aan het conservatorium.
In deze tijd ontdekte hij achtereenvolgens de werken van Shakespeare, Beethoven en Goethe, die allen een grote invloed op hem zouden uitoefenen . En hij werd hopeloos verliefd op een Ierse toneelspeelster en Shakespeare­ vertolkster Harriet Smithson. Zijn ongelukkige passie voor haar inspireerde hem in 1830 tot het schrijven van zijn Symphonie Fantastique.
In 1830 won Berlioz de Prix de Rome en verbleef hij daarop aansluitend anderhalf jaar in Rome. Hij verveelde zich daar vreselijk, aangezien er weinig te beleven viel op muziekgebied . Maar de herinneringen aan Italië kwamen hem van pas toen hij een paar jaar later zijn symfonie met altviool Harold in Italië schreef. Deze symfonie ontstond dankzij een opdracht van Paganini, die het stuk echter afwees toen hij merkte dat hij er niet voldoende mee kon schitteren als vioolvirtuoos.
In 1831 vertrok Berlioz vanuit Rome naar Parijs met twee pistolen en een flesje gif. Hij had gehoord dat zijn toenmalige verloofde, Camille Moke, achter zijn rug om getrouwd was, en hij had zich voorgenomen Camille, haar moeder en zichzelf te vermoorden . Hij kwam echter niet verder dan Nice, waar zijn woede bekoelde en waar hij, volgens eigen zeggen, de twintig mooiste dagen van zijn leven doorbracht.
Na veel avontuurlijke verwikkelingen huwde hij in 1833 toch met Harriet Smithson. Zij kregen een zoon, Louis, maar het huwelijk zou snel op een mislukking uitlopen. Nadat Harriet een been had gebroken kwam het nooit meer goed met haar carrière Bovendien was ze erg jaloers van aard, en in haar frustratie greep zij steeds vaker naar de fles. Haar gezondheid ging zienderogen achteruit.
In 1842-1843 maakte Berlioz voor het eerst een grote tournee met zijn werken door België en Duitsland. Hij oogstte vanaf die tijd meer waardering in het buitenland dan in Frankrijk. Dankzij zijn vriend Liszt werden veel van zijn werken in Weimar uitgevoerd, en uit Baden­ Baden kwam de opdracht om de opera Béatrice et Bénédict te schrijven.
In 1854 stierf Harriet en nog hetzelfde jaar hertrouwde Berlioz met de middelmatige zangeres Marie Recio, met wie hij al enige tijd een relatie onderhield . Zij stierf op haar beurt in 1862.
Verbitterd over het uitblijven van waardering in eigen land leidde hij de laatste jaren van zijn leven een teruggetrokken bestaan, geplaagd door een darmziekte. Zijn grootste geluk putte hij uit het hernieuwde contact met zijn jeugdliefde Estelle en met zijn zoon, Louis, die matroos geworden was. Toen deze in 1867 op Cuba stierf, was Berlioz gebroken en wachtte hij alleen nog maar op de dood. Een laatste tournee naar Rusland betekende een uitputtingsslag, waarna zijn gezondheid steeds verder achteruit ging.
 
Hij stierf in het bijzijn van enkele vrienden . Berlioz ligt begraven op het kerkhof van Montmartre
Terug naar de inhoud