Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 147 (Johann Sebastiaan Bach)
Cantata BWV 147, "Herz und Mund und Tat und Leben" (1716 & 1723)
Christine Schäfer, soprano
Bernarda Fink, mezzo-soprano
Ian Bostridge, tenor
Christopher Maltman, baritone
Arnold Schoenberg Choir
Concentus Musicus Wien
Conducts: Nikolaus Harnoncourt
Live from the Kloster Melk, Benedictine Monastery in Austria, 2000  
Oefennummers.
Ruim een maand na Bachs aantreden als Thomascantor te Leipzig in 1723 wordt het vrijdag 2 juli, een kerkelijke feestdag, Mariae Heimsuchung (Maria Bezoek, Visitatie), één van de Mariafeesten die de lutherse liturgische kalender had gehandhaafd. Op deze dag wordt herdacht dat de van Jezus zwangere Maria haar veel oudere verwante (nicht?) Elizabeth bezoekt, die zwanger is van een kind dat later als Johannes de Doper de wegbereider voor Jezus zal worden*). Voor de namiddagvespers van deze feestdag heeft Bach waarschijnlijk de eerste versie van zijn Magnificat (BWV 243) gecomponeerd, als cantate voor de ochtenddienst hergebruikt hij een cantate (BWV 147a) die hij in 1716 te Weimar schreef voor de vierde Adventszondag, een zondag waarop te Leipzig geen concertante muziek mocht klinken, waardoor de cantate niet zonder meer in Leipzig kon worden uitgevoerd. De vierde Adventszondag is gewijd aan het optreden van Johannes de Doper (evangelielezing Johannes 1:29-34) en heeft een sfeer van vreugdevolle verwachting die ook het feest van Maria Bezoek kenmerkt, dus kon BWV 147a met beperkte ingrepen daarvoor geschikt worden gemaakt: tussen de vier achtereenvolgende Weimarer aria's op tekst van Salomon Franck (1659-1726) interpoleert Bachs onbekende Leipziger tekstschrijver drie recitatieven met verwijzingen naar de evangelielezing voor 2 juli (Lucas 1:39-56), waartoe het Magnificat behoort, de lofzang die Maria na haar bezoek aanheft. (Een vergelijkbare ingreep ondergingen de identiek gestructureerde Weimarer adventscantates BWV 70a en 186a.)
De met drie recitatieven uitgebreide lange cantate structureerde Bach vervolgens in twee delen, uit te voeren vóór en na de preek; beide delen eindigen met een koraalcouplet. Met zijn 10 delen behoort BWV 147 tot de groep zeer uitgebreide cantates waarop Bach de Leipziger kerkgangers in zijn eerste ambtsjaar tracteerde.
In de instrumentale bezetting valt de solotrompettist op, die nu eens geen louter versterkende en accentuerende functie vervult, maar een volop melodische. En het feit dat in deze cantate de gehele hobofamilie aantreedt - naast de gewone hobo de één terts lager gestemde hobo d'amore en twee nog weer een terts lager gestemde - en tot dat moment in Leipzig nog onbekende - hoboe da caccia.

Bron: Eduard van Hengel
Terug naar de inhoud