Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Requiem op.9 (Maurice Duruflé)
Requiem op.9 (Maurice Duruflé)
Uitvoerenden:
Groot Omroepkoor o.l.v. Ed Spanjaard
Virginie Verrez [mezzosopraan]
Benjamin Appl [bariton]
Jan Hage [orgel]
Opname: Het Zondagochtend Concert van 9 oktober 2016, in het Concertgebouw te Amsterdam.

Oefennummers.   
1 t/m 46 t/m 9
Organist
Maurice Duruflé is een Frans organist en componist uit de vorige eeuw. De volgorde organist – componist geeft aan hoe hij in zijn tijd het bekendst was.
Hij is geboren  in 1902 in Louviers, iets ten zuiden van Rouen. Vanaf 1910 was hij leerling van de zangersschool van de kathedraal van Rouen en studeerde er ook piano, orgel en muziektheorie. In 1919 verhuisde Duruflé naar Parijs, waar hij het conservatorium bezocht. In 1930 werd hij organist van de Saint Etienne-du-Mont in Parijs, bij het Pantheon en dat is hij gebleven tot 1975, toen hij na een auto-ongeluk niet meer kon spelen.
Duruflé was een zeer gerenommeerd organist, zo speelde hij in 1939 de wereldpremière van het orgelconcert van Francis Poulenc. Hij voorzag dit concert op verzoek van Poulenc van registratie-aanwijzingen.
Componist
Duruflé was daarnaast componist, maar het aantal gepubliceerde werken van hem is niet groot. Hij was een perfectionist, niet gauw tevreden over zijn composities.  Zijn 'Requiem' uit 1948 heeft daardoor het lage opusnummer 9.
Duruflé liet zich bij zijn muziek inspireren door de gregoriaanse gezangen die hij uit zijn jeugd kende van de koorschool van Rouen. Die gregoriaanse invloed is zeer herkenbaar in zijn Requiem.
In eerste instantie schreef hij dit Requiem met orkestbegeleiding, een latere versie is met eenvoudiger kamerorkest. In de derde versie bracht hij de begeleiding verder terug tot orgel en cello. Tenslotte schreef hij een transcriptie alleen voor orgel.
Duruflé over zijn Requiem
Het Requiem van Duruflé uit 1947 is een bewerking van een suite orgelstukken die de componist baseerde op gregoriaans gezang uit de dodenmis. Hoewel het werk eenzelfde rust en optimisme ademt als het Requiem van Fauré waarmee het zijn populariteit gemeen heeft, is Duruflé's muziektaal stevig in de twintigste eeuw verankerd.
“Ik heb er vooral naar gestreefd mij te verdiepen in de bijzondere stijl van de gregoriaanse gezangen. Zo heb ik mij ingespannen de gregoriaanse ritmiek te verzoenen met de eisen van het moderne metrum (…)  het orgel speelt slechts een episodische rol: het komt tussenbeide, niet om het koor te ondersteunen, maar alleen om bepaalde accenten te onderstrepen of om voor een ogenblik de al te ‘menselijke’ sonoriteiten te doen vergeten. Het stelt de idee voor van het tot-rust-komen, van het geloof en de hoop”.

In 1986 is hij in Louveciennes, een voorstad van Parijs, overleden.
Terug naar de inhoud