Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Te Deum (Anton Bruckner)
Te Deum in C major. (Anton Bruckner)  
Herbert von Karajan (1908 -- 1989) Conducts.
Soloists: Anna Tomowa-Sintow; soprano.
Agnes Baltsa; mezzo-soprano.
David Rendall; tenor.
José Van Dam; bass-baritone.
Wiener Singverein -- chorus master: Helmuth Froschauer.
Wiener Philharmoniker.
Record at Vienna in 1978, Der Großer Saal des Wiener Musikvereins.

Oefennummers:
1 t/m 5
In 1848 kreeg de Oostenrijker Anton Bruckner (1824-1896) zijn eerste muziekbaan als organist. In 1868 vertrok hij naar muziekstad Wenen. Daar braken moeilijke tijden aan, want niemand zag iets in het vrome boerenmens en zijn onwaarschijnlijk langdradige symfonieën. Maar als orgelimprovisator werd hij een grootheid in Europa. Zo gaf hij in 1871 concerten in de Notre-Dame, en wijdde hij tijdens de opening van de Royal Albert Hall in Londen het orgel in. En ook speelde hij de sterren van de hemel in het ultra moderne Christal Palace in Londen.
Veel componisten schreven een Te Deum. De zeer vrome Oostenrijkse componist Bruckner schreef in 1884 een groots opgezette koorsymfonie onder de naam Te Deum. De eerste versregel van deze uit de Middeleeuwen stammende hymne is: U God loven wij; U, o Heer, belijden wij. Hij droeg het werk op voor de glorie van God. De eerste schetsen voor zijn Te Deum stammen uit 1881. Het is bekend van Bruckner dat hij zijn werken vaak herschreef. De uiteindelijke versie ontstond vier jaar later. De première vond plaats op 2 mei 1885 in Wenen.
Bruckners wens was aan zijn onvoltooide negende symfonie een koorgedeelte te plakken zoals zijn voorganger Beethoven eveneens met zijn negende had gedaan. Het is er niet van gekomen. Toch zijn er dirigenten die het Te Deum uit eerbetoon als slotstuk van de negende symfonie laten spelen. Orkest en koor zetten massaal en jubelend de eerste regel in: Te Deum Laudamus. Hierna volgen vier solostemmen: het Tibi omnes Angeli (U loven alle engelen), gevolgd door het Sanctus, uitgevoerd door het koor. Een hoogtepunt van dit werk is de smeekbede Te ergo voor tenorsolo. Even later zingt de tenor samen met vrouwenkoor Maak Uw volk zalig. Ook een hoogtepunt is het machtige Fiat misericordia (Heb erbarmen, wij hebben onze hoop op U gesteld).
Terug naar de inhoud