Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
O Isis und Osiris (uit: Die Zauberflõte KV 620) W.A. Mozart
O Iris und Osiris (uit Die Zauberflöte KV 620 van W.A. Mozart)
Oefennummer:
O Iris und Osiris
Die Zauberflöte (Nederlands: De toverfluit) (KV 620) is een Singspiel in twee bedrijven van Wolfgang Amadeus Mozart naar een libretto van de vrije theaterproducent Emanuel Schikaneder. Het behoort tot de bekendste en vaakst opgevoerde opera's uit Mozarts repertoire. De première vond plaats op 30 september 1791 in Wenen, in het Theater auf der Wieden.
Het libretto is gebaseerd op talrijke bronnen, waarvan het sprookje Lulu oder die Zauberflöte van August Jacob Liebeskind, verschenen in de sprookjesbundel Dschinnistan van de Duitse schrijver Christoph Wieland (1733-1813), de belangrijkste is.

Samenvatting
Prins Tamino gaat voor de Koningin van de Nacht op zoek naar haar dochter Pamina, die door de priester Sarastro gevangen wordt gehouden. De Koningin van de Nacht draagt Papageno op om Tamino te vergezellen. Net als Tamino is hij op zoek naar zijn vrouwelijke wederhelft. Van de drie dames krijgen ze een toverfluit (voor Tamino) en een klokkenspel (voor Papageno) mee. Ook zullen drie knapen hen begeleiden op de reis.
Als Pamina gevonden wordt, blijkt Sarastro haar weliswaar gevangen te hebben, maar met als doel om haar te bevrijden uit de macht van haar overheersende moeder. Haar moeder beheerst de krachten van de Nacht, maar daarnaast is ze ook uit op de macht van de zevenvoudige zonnekrans. Sarastro heeft die zevenvoudige zonnekrans geërfd van de man van de Koningin van de Nacht. Nu is hij opperpriester van de Tempel van de Wijsheid. Hij laat Tamino, Papageno en Pamina een aantal zware beproevingen ondergaan. Op deze manier wil hij testen of ze in staat zijn een "inwijding" te doorstaan.
De Koningin van de Nacht probeert eerst nog haar dochter aan te zetten tot moord op Sarastro, maar die doorziet het complot: hij weet alles. De Koningin van de Nacht wordt teruggestuurd naar de Nacht. Papageno faalt bij zijn inwijdingstesten en wordt veroordeeld om eeuwig op aarde te blijven ronddolen; hij vindt echter zijn bruid Papagena en samen blijven ze voortbestaan in hun vele kleine Papagena's en Papageno's. Tamino en Pamina slagen wel voor de testen en worden ingewijd door tezamen door de poorten des doods te gaan. Tamino en Pamina worden voor eeuwig met elkaar verenigd en gaan deel uitmaken van de ingewijden in de tempel der wijsheid: de Zon komt op en het Licht verdrijft de Duisternis.



 


Terug naar de inhoud