Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Ga naar de inhoud
Bach - Cantate O Ewigkeit, du Donnerwort BWV 60
Nederlandse Bachvereniging
Shunske Sato, viool en leiding
Dorothee Mields, sopraan
Alex Potter, alt
Thomas Hobbs, tenor
Stephan MacLeod, bas
Oefennummers:  
Toelichting:
Wij kennen twee Bachcantates met de titel O Ewigkeit, du Donnerwort. BWV 20 is een volledige koraalcantate, de eerste van Bachs geheel uit koraalcantates bestaande tweede jaargang (juni 1724); hieraan liggen dus alle coupletten en de melodie ten grondslag van Johan Rists koraal O Ewigkeit, du Donnerwort uit 1642. BWV 60, de cantate die we hier bespreken, componeerde Bach zeven maanden eerder, voor de 24e zondag na Trinitatis (7 november 1723), in zijn eerste ambtsjaar als Thomascantor in Leipzig, en hiervan is slechts het eerste deel gebaseerd op het eerste couplet van Rists koraal.
Zoals alle cantates voor de novembermaand, de "late Trinitatistijd" aan het eind van het kerkelijk jaar (waartoe ook Allerheiligen en Allerzielen behoren) bespreekt deze de eschatologische vragen: de laatste dingen, de dood en wat eventueel daarna komt. De evangelielezing voor deze zondag, Matteüs 9: 18-26, verhaalt van de opwekking uit de dood van het twaalfjarig dochtertje van de synagoge-overste Jaïrus; een tekst die zoals andere opwekkingsverhalen symbolisch werd geïnterpreteerd als vooruitzicht op de opwekking tot een eeuwig leven van de gelovige, na zijn dood.
BWV 60 is een solocantate, waarin alleen het slotkoraal vierstemmig is. Het stuk is door Bach uitdrukkelijk aangeduid als behorend tot het genre van de 'dialoogcantate': in alle delen, het slotkoraal uitgezonderd, zijn twee allegorische karakters met elkaar in gesprek, Furcht (vrees, de alt) en Hoffnung (hoop, de tenor). Zij representeren de gespleten ziel van de twijfelende gelovige. Tenslotte, in deel (4), verschijnt nog een derde gesprekspartner, de Vox Christi (bas) die pas in staat blijkt de vrees van de alt definitief weg te nemen. Het dialoogkarakter is in BWV 60 strak gehandhaafd: anders dan in veel andere cantates van dit genre (BWV 32, 57, 58, 66) zingen de dialoogpartners geen afzonderlijke aria's. De vijfdelige cantate BWV 60 is symmetrisch opgebouwd: ter weerszijden van het centrale duet (3) liggen twee recitatieven, twee verschillende koralen omsluiten het centrale drietal.

Terug naar de inhoud