Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Ga naar de inhoud
J.S. Bach, Kantate BWV 70 „Wachet! betet! betet! wachet!“
solistenensemble stimmkunst
Stiftsbarock Stuttgart (Konzertmeisterin: Christine Busch)
Leitung: Kay Johannsen
Toelichting:
Het openingskoor, de vier aria's en het slotkoraal van cantate 70 had Bach reeds als concertmeester aan het hof te Weimar gecomponeerd, op tekst van de hofpoëet en -bibliothecaris Salomon Franck. Aldaar vormden deze zes stukken een cantate (BWV 70a) voor de tweede Adventszondag, 6 december 1716. Wanneer Bach in zijn eerste jaar (1723/24) als cantor te Leipzig zijn Weimarer cantates gaat hergebruiken, is daar voor deze Adventscantate geen gelegenheid, want Leipzig beschouwde de weken voor Kerstmis als een periode van inkeer en boetedoening, waarin de concertante muziek diende te zwijgen, een muzikale tempus clausum. Dus bewerkte hij zijn cantate BWV 70a om deze geschikt te maken voor een andere gelegenheid, te weten de 26e zondag na Trinitatis (21 november 1723), toen de laatste zondag van het kerkelijk jaar; hij voegde er vier recitatieven en een slotkoraal aan toe, waardoor ook de titel van de cantate ongewijzigd bleef.
Het lijkt verwonderlijk dat Bach tekst en muziek van een cantate voor de periode waarin naar de geboorte van Christus werd uitgezien, geschikt wist te maken voor een zondag waarop de kerk reflecteert op de dood en het laatste oordeel, maar dat wordt begrijpelijk als je ziet dat reeds in de evangelielezing voor de Tweede Advent (Lucas 21: 25-36) de komst van Christus in verband wordt gebracht met zijn wederkomst als rechter aan het einde der tijden, gebeurtenissen die juist ook aan het eind van het kerkelijk jaar op de agenda staan.
De vier nieuwe recitatieven (van een onbekende tekstdichter) die Bach te Leipzig in de Weimarer reeks aria's invoegt, leggen het verband met de evangelietekst voor de 26e zondag na Trinitatis (Matteüs 25:31-46). Zo ontstond een tiendelige reeks, die te lang was voor een enkelvoudige cantate, maar met een extra koraal kon worden veranderd in een imposante, elfdelige cantate, uit te voeren in twee delen, voor en na de preek. Dankzij Bachs nog wat avontuurlijke en weinig gepolijste Weimarer compositiestijl is BWV 70 daarom niet alleen een zeer lange maar ook één van de meest toegankelijke cantates, waarin krachtige contrasterende affecten als vrees voor het Laatste Oordeel en hoop en vertrouwen op Gods erbarmen plastisch vorm kregen.
Het instrumentale ensemble in deze cantate is - naar Weimarer condities - niet groot maar wel gevarieerd. Strijkers en continuo - waartoe een fagot behoort - worden aangevuld met een houtblazer (hobo) en een koperblazer (trompet). De trompet tekent hier niet voor ongeremde feestelijkheid, maar heeft veelal (in de delen 1,2, 9 en 10) een ambivalente betekenis: heraut van Christus' glorieuze wederkomst, maar ook dreigende verwijzing naar de bazuin van het Laatste Oordeel; deze partijen zijn klaarblijkelijk bestemd voor een natuurtrompet, die voornamelijk signalen (gebroken akkoorden) speelt en pas in zijn hoge (clarino-) register een complete toonladder kan voortbrengen; in de twee koralen echter ondersteunt de trompet de sopraanmelodie; daar is een tromba da tirarsi (schuiftrompet) vereist, die dan bovendien tussen (7) en (11) moet worden verstemd van G naar C.
Voor elk van de vier concertisten is er een aria. Alle vier de ariateksten van Franck hebben zes (3x2) regels, in een van koralen bekende A-A-B-structuur ('Bar-vorm'). Bach componeert slechts één aria in de daarvoor gebruikelijke da-capostructuur (A-B-A). In aria (8) schrapt hij zelfs een regel uit Francks tekst om de gedachtenontwikkeling te versterken: van beschouwelijk, meditatief naar een realistische schets van de Jongste Dag.
Van de vier ingelaste recitatieven zijn er twee voor de bas en twee voor de tenor. De twee binnenste, voor de tenor, worden alleen door continuo begeleid, de twee buitenste, voor de bas, worden steeds begeleid door strijkers die met sidderende tremoli de angst voor het Laatste Oordeel belichten.
BWV 70 is daarmee één van de meest theatrale cantates die Bach schreef; ze lijkt op gespannen voet te staan met de bekende, door Bach ondertekende instructie die Musik derart ein[zu]richten, daß sie [...] nicht opernhafftig herauskommen.

Terug naar de inhoud