Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Ga naar de inhoud
Bach - Bringet dem Herrn Ehre seines Namens - BWV 148

Oefennummers:  
Bringet dem Herrn Ehre seines Namens
Toelichting:
Bach componeerde zijn Cantate 148 voor een zeventiende zondag na Trinitatis, ergens eind september, begin oktober, maar wij weten niet precies in welk jaar, want ons is slechts een partituurafschrift overgeleverd dat na Bachs dood tot stand kwam. De nalatenschap van Bachs zoon Carl Philipp Emanuel rekent het tot Bachs eerste jaargang (1723), maar diverse argumenten (zie hieronder) spreken voor 1725.
Ook weten wij niet wie de vrije teksten voor de delen 2-5 schreef, maar deze lijken wel sterk geïnspireerd door een Erbauliches Gedicht dat Bachs latere librettist Picander in 1725 publiceerde, maar dat zeer wel al eerder in één of andere vorm in Bachs omgeving kan hebben gecirculeerd. De tekst sluit aan bij de voor deze zondag voorgeschreven lezing uit het evangelie van Lucas (14: 1-11), waar wordt verteld hoe Jezus op een sabbat een aan ‘waterzucht' (oedeem) lijdende man geneest; de cantate borduurt uitsluitend verder op het aansluitende dispuut met joodse schriftgeleerden of men op de sabbat goede werken mag verrichten, en loopt uit op een lofzang op de zondagsheiliging die dichter bij de joodse orthodoxie lijkt te staan dan bij de vrijzinnige houding van Jezus en zijn discipelen. Dit feestelijke karakter verklaart wellicht de voor een gewone zondag ongebruikelijk royale instrumentale bezetting: trompet en drie hobo's, naast strijkers en continuo. De cantate heeft, anders dan zoveel andere cantates, een vrijwel wolkenloos zonnig karakter.

Van het slotkoraal (6) zijn ons slechts de noten van de vierstemmige harmonisering overgeleverd, niet de tekst. Diverse liederen, elk met meerdere coupletten, werden op de genoteerde melodie gezongen. De oude Bachausgabe verkoos Führ auch mein Herz und Sinn, het elfde vers van Johan Heermanns Wo soll ich fliehen hin (1630), terwijl de nieuwe Bachausgabe de voorkeur geeft aan Amen, zu aller Stund, het zesde vers van Auf meinen lieben Gott, een lied van Sigismund Weingärtner (1607). Bezwaar tegen beide teksten zou kunnen zijn dat ze resp. de begrippen dein Geist en Herr Christ in de cantatetekst introduceren, specifiek christelijke begrippen, die niet eerder voorkwamen in deze cantate, die met een psalmwoord begint en ook overigens het begrip sabbat niet door zondag vervangt en daarmee - bedoeld of onbedoeld - een ruimer dan christelijke gebruiksmogelijkheid heeft, bijv. in de Joodse traditie.
Met dit koraal eindigt deze cantate, die slechts soli voor alt en tenor bevat; wellicht heeft er een tweede cantate bestaan, met soli voor bas en sopraan, voor 'na de preek'.


Terug naar de inhoud