Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Ga naar de inhoud
J.S. Bach - Kantate BWV 162 “Ach! ich sehe, itzt, da ich zur Hochzeit gehe"
Soprano: Magdalena Kožená - Alto: Sara Mingardo Tenor: Christoph Genz - Bass: Peter Harvey Monteverdi Choir - English Baroque Soloists Leitung: John Eliot Gardiner
Toelichting:
Aanleiding voor Bachs Cantate 162 vormt de evangelielezing voor de twintigste zondag na Trinitatis (eenentwintig weken na Pinksteren), uit Matteüs 22: 1-14, waarin Jezus het koninkrijk der hemelen vergelijkt met het bruiloftsfeest van een koningszoon: vele genodigden zeggen af, en een deel dergenen die wel opdagen wordt weggestuurd omdat ze, blijkens ontbrekend bruiloftskleed, onvoldoende voor het feestmaal zijn toegerust: 'velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren'.  Waar de relatie tussen Christus en de ziel van de gelovige wordt gezien als die tussen bruidegom en bruid, kan de gelovige zich dus zorgen maken dat z/hij van het feest wordt geweerd (nrs 1-3) maar zich verheugen (4-6) in het besef dat het offer van Christus hem tot bruiloftskleed kan dienen.
BWV 162, voor het eerst uitgevoerd op 25 oktober 1716, is één van de cantates die Bach reeds in de jaren 1714-17 in Weimar had gecomponeerd en later, al dan niet grondig gewijzigd, in Leipzig heruitvoerde, in dit geval op 10 oktober 1723. De cantate heeft een voor Weimar karakteristiek kleine instrumentale bezetting: strijkers, fagot en continuo plus waarschijnlijk een solo-blaasinstrument voor aria (3), waarvan zelfs de partij verloren is gegaan. (Er is van deze cantate ook geen partituur overgeleverd.) In Leipzig voegde Bach er een corno da tirarsi, een schuifhoorn, aan toe. Ook heeft de cantate geen openingskoor, maar slechts een vierstemmig slotkoraal, wat haar in ons spraakgebruik tot een ‘solistencantate' bestempelt, hoewel dat in Bachs uitvoeringspraktijk geen betekenisvolle onderscheiding is: waar vier zangers aanwezig zijn is Bachs koor aanwezig, of zij nu gezamenlijk zingen of niet.
Bachs favoriete Weimarer tekstdichter, hofbibliothecaris Salomon Franck, transformeert de vraag ‘ben ik wel goed gekleed' tot ‘heb ik wel de goede keuzes gemaakt', in dilemma's die Franck met een zekere gretigheid aan elkaar rijgt: lief en leed, hemel en hel, ziel en lichaam, leven en dood, gebruikmakend van even karakteristiek Franckse samenstellingen als Seelengift, Himmelsglanz etc.

Terug naar de inhoud