Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Summa (Pärt (Arvo))
Summa (SATB) (Arvo Pärt)
Summa, for choir a cappella (Jeremy Backhouse, Vasari Singers)
Oefennummers.
Summa (SATB)
Toelichting.
Summa is vrij kort na deze omwenteling in 1977 geschreven. Ook in een werk als Summa zingen de alt- en baspartij melodische lijnen die verwant lijken aan het eenstemmige Gregoriaans. Een andere opvallende overeenkomst met die oude muziek is, dat Pärt voorrang geeft aan de structuur van de tekst. Die is bepalend voor de muziek en niet omgekeerd zoals zo vaak van de barok tot op heden het geval was bij veel componisten. Ieder woord wordt neergezet, en net als in het Gregoriaans in de zang duidelijk afgegrensd van de omliggende woorden.

Toch laat Pärt de structuur van zijn muziek nooit geheel aan de tekst over. De tekst en natuurlijke melodie van de woorden gaat als het ware een strijd aan met de abstracte regels en principes van de muziek. Daarbij laat Pärt blijken dat hij de hele muziekgeschiedenis goed kent, maar hij selecteert daaruit alleen principes en methodes die hem passend lijken. En dat zijn doorgaans niet de ideeën die we vanuit de romantiek zo goed kennen. Als hij zijn stijl Tintinnabuli noemt, klinkt daarin ook door dat klokjes zelf als een ritueel onbewogen klinken, en alleen in de menselijke ziel ontroering teweegbrengen. Anders dan een Symfonie van Tsjaikovsky, die het hele orkest als het ware in ontroering brengt.

Summa gebruikt de tekst van het Credo uit de Latijnse mis. Je zou dit kunnen zien als zijn persoonlijke geloofsgetuigenis, maar evengoed als een fascinatie met rituelen en de rijke historie van religieuze inspiratie in de westerse cultuur. De tekst van het Credo volgt ook een prachtig muzikaal ritme met klankdicht, rijm en metrum. De tekst lijkt ervoor gemaakt dat mensen het kunnen opzeggen, bidden, declameren, ook zonder zich telkens af te vragen wat de letterlijke betekenis is. De getuigenis dàt je gelooft lijkt belangrijker dan wàt je gelooft. Ook de keuze van het latijn draagt hieraan bij, zoals het bijna tweeduizend jaar is gebruikt in landen waar de bevolking het latijn nauwelijks begrijpt.


Componist: Arvo Pärt
Arvo Pärt werd in 1935 geboren in Estland. Tot 1976 schreef hij vooral in een modern idioom wat hem weinig onderscheidde van
andere twintigsteeeuwse componisten die hem tot voorbeeld dienden, zoals Sjostakovitsj, Bartók en Prokofiev.
Ook gebruikte hij twaalftoonstechnieken van Schoenberg.
Vanaf 1976 ging hij in een veel eenvoudigere en toegankelijke stijl schrijven. Vanaf die tijd zijn zijn meeste stukken ook vocaal.
Hij noemt die nieuwe stijl zelf  Tintinnabuli wat zoiets als klokjes betekent. Op het eerste gehoor vallen klokachtige modale
intervallen op, die spannend klinken door dissonanten, net zoals vanuit een bergtop verschillende kerkklokken tegelijkertijd luiden.
De sobere eenvoud heeft Arvo Pärt gevonden in de inspiratie van middeleeuwse en renaissancemuziek.
Het lijkt wel alsof de hele klassieke tijd en romantiek aan hem voorbij is gegaan.
Terug naar de inhoud