Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
BWV 34 (Johann Sebastiaan Bach)
O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe, BWV 34
From the protestant church Trogen in Switzerland
Choir and Orchestra of the J. S. Bach Foundation
Rudolf Lutz - conductor
Soloists
Margot Oitzinger - alto
Jens Weber - tenor
Fabrice Hayoz - bass
Oefennummers:
BWV 34
Toelichting:
De pinkstercantate O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe (BWV 34) werd voor het eerst uitgevoerd  op 1 juni 1727, 's morgens in de Leipziger Nicola├»kirche, 's middags in de Thomaskirche (zie hiernaast). Afgezien van de beide recitatieven is de cantate gebaseerd op een gelijknamige, zevendelige huwelijkscantate (BWV 34a), die Bach in het voorjaar van 1726 had geschreven voor het huwelijk van een bevriende predikant, en waarvan slechts vier vocale en drie instrumentale partijen zijn overgeleverd.
Van BWV 34 is slechts een partituur bewaard gebleven die Bach in de jaren 1746/47 vervaardigde als handreiking voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann (1710-1784), die in april 1746 was benoemd tot organist en director musices aan de Marienkirche in Halle. (Daarom is lang gedacht dat Bach de cantate toen  pas uit de twintig jaar oude huwelijkscantate had geparodieerd.)
Bachs tekstdichter (waarschijnlijk de destijds voor hem werkzame Picander) transformeerde   de respectieve delen 1, 5 en 4 van de huwelijkscantate met bescheiden tekstaanpassingen tot de delen 1, 3 en 5 van de pinkstercantate; hij vervangt specifieke gelegenheidsbepalingen door algemenere noties. In de teksten van de twee recitatieven (die door Bach opnieuw gecomponeerd moesten worden) legt hij een relatie met de evangelielezing van Eerste Pinksterdag, en nauwelijks met de epistellezing uit het boek Handelingen (2: 1-13) die toch de voor Pinksteren centrale gebeurtenis van de uitstorting van de Heilige Geest behandelt. In de evangelielezing, Johannes 14: 23-31, beschouwt Christus het hart van de gelovige als de plek waar God domicilie kiest; daarnaar verwijst de cantatetekst: het hart als Tempel in deel (1), als Heiligtum in (2), als Wohnung (3), als H├╝tte en Haus (4). Het voor de titel en het openingskoor centrale begrip Feuer kon ongewijzigd blijven maar ondergaat een betekenisverschuiving: van de vurige liefde tussen twee huwenden naar het vuur van de Heilige Geest dat, volgens de Handelingentekst, als lekkende vlammetjes, c.q. vurige tongen boven de hoofden van de discipelen te zien was.

bron: Eduard van Hengel
Terug naar de inhoud