Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening
Koorpartij-oefening.nl
Ga naar de inhoud
J.S. Bach / Mit Fried und Freud ich fahr dahin, BWV 125 (Herreweghe)
Soloists:
Alto: Ingeborg Danz
Tenor: Mark Padmore
Bass: Peter Kooy
Performed by Collegium Vocale Gent under the direction of Philippe Herreweghe.
Recorded by Harmonia Mundi France in 1998.
Toelichting:
Cantate 125 is een zogeheten koraalcantate, in haar geheel gebouwd op de melodie en de vier coupletten van Luthers koraal Mit Fried und Freud ich fahr dahin (1524). BWV 125 werd in 1725 geschreven voor vrijdag 2 februari, veertig dagen na Kerstmis, het feest van Maria Reiniging of Maria Lichtmis.
De katholieke Lichtmis (Candlemas), waarop kaarsen worden gezegend, verwijst naar de voorchristelijke lichtfeesten die de lange winternacht begrenzen en ten onzent op de Vrije Scholen nog wel gevierd worden: veertig dagen vóór midwinter, op Sint Maarten (11 november), gaan de kaarsen aan, tweemaal veertig dagen later, op 2 februari, is het weer zo licht dat ze uit kunnen.
Voor een begrip van de cantate moeten we echter te rade bij de Joodse traditie die in de bijbel aan het woord komt. Die traditie, de wetten van Mozes, beschouwt de vrouw die een zoon gebaard heeft (i.c. Maria, de moeder van Jezus) als veertig dagen onrein, waarna ze zich in de tempel moet vervoegen om een rituele reiniging te ondergaan en bovendien een eerstgeboren zoon aan de priesters voor te stellen. Bij die gelegenheid, zo verhaalt het evangelie dat op deze dag wordt gelezen (Lucas 2: 22-32) wordt de kleine Jezus door een zekere Simeon herkend als de door God beloofde Heiland. Simeon - aan wie beloofd was dat hij pas zou sterven als hij de Heiland had gezien - uit zijn vreugde daarover in de zogenaamde ‘lofzang van Simeon' (Canticum Simeonis), één van de drie nieuwtestamentische lofzangen, naast die van Zacharias (Benedictus) en Maria (Magnificat), die veelvuldig op muziek zijn gezet.
De tekst van Simeons lofzang, die aan Cantate 125 ten grondslag ligt, beslaat in de bijbel de verzen 29-32 van Lucas 2, kort samengevat:
1. ik kan nu in vrede sterven
2. want ik heb de verlosser gezien
3. die God voor alle volkeren heeft gezonden,
4. als een licht voor alle ongelovigen, en tot vreugde van het volk Israel,
woorden die naar allerlei oudtestamentische voorspellingen verwijzen.
In Luthers bijbelvertaling begint deze tekst met de woorden Herr, nun läßt du deinen Diener in Frieden fahren, woorden waarop o.m. Schütz, Mendelssohn en Brahms composities baseerden. In het Latijn luidt dit Nunc dimittis servum tuum, Domine, in pace (Nu laat u uw dienaar gaan, Heer, in vrede) dat in het Romeinse missaal opduikt aan het eind van de completen, en als zodanig ook vaak is getoonzet.
Luther bewerkte in 1524 de vier regels van Simeons lofzang  tot een lied van vier coupletten, beginnende met de woorden Mit Fried und Freud ich fahr dahin, in Bachs tijd een populair begrafenislied. Alle vijf de cantates die Bach schreef voor Maria Reiniging (naast BWV 125 ook de BWV nrs 82, 83, 157 en 158) behandelen het Simeonthema; geen ervan schenkt aandacht aan het reinigingsritueel of de presentatie van het kind.
Zoals in zijn meeste koraalcantates volgt Bach ook in BWV 125 de koraaltekst op de voet: couplet 1 vormt de tekst van het openingskoor. De bas zingt in recitatief (3) de letterlijke tekst van couplet 2, en ook op de koraalmelodie, maar deze tekst is doorschoten met vrij gedichte, commentariërende zinsneden. De teksten van aria (4) en recitatief (5) zijn vrije bewerkingen van couplet 3.

Terug naar de inhoud