Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Schicksalslied op.54 (Johannes Brahms)
Schicksalslied Op.54 (Johannes Brahms)
hr-Sinfonieorchester (Frankfurt Radio Symphony Orchestra)  
Collegium Vocale Gent ∙ Philippe Herreweghe, Dirigent
Alte Oper Frankfurt, 25. Oktober 2013
Oefennummer.
Componist: Johannes Brahms                
Wie was Johannes Brahms? We kennen allemaal het beeld van de oude, gezette man, die zijn ware gelaat verbergt achter een grote grijze baard. Velen associëren zijn muziek met herfstachtige weemoed. Van een troostende schoonheid die de pijn lijkt te verraden van gemiste kansen. Streng was het oordeel van de filosoof Nietzsche, die hem de 'melancholie van de onmacht' toedichtte. Maar getuigt Brahms' muziek werkelijk van zoveel onvermogen? Was hij hopeloos ouderwets, zoals de aanhangers van Wagner beweerden? Of was hij de 'Progressieve', zoals Schönberg veel later beweerde? Wie Brahms' leven nader beschouwt, maakt kennis met een man die bot en afstandelijk kon zijn, maar ook warm en edelmoedig. Voor minderbedeelden was hij zeer behulpzaam. Hij had ook een groot talent voor vriendschap, al was hij soms wel een beproeving voor zijn vrienden. Opvallend waren zijn platonische relaties met vrouwen. Maar zelfs Clara Schumann, zijn meest toegewijde vriendin, verklaarde na 25 jaar vriendschap dat Brahms nog steeds een raadsel voor haar was. Het is vreemd dat hij met geen van deze vrouwen intiemere betrekkingen aanging. Mogelijk heeft dit te maken met zijn ervaringen in het Hamburgse bordeel, waar hij als dertienjarige bijverdiende met pianospelen. Hoe dan ook, dit trauma heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden een grote liefde te ontwikkelen voor volks- en amusementsmuziek. De sporen van de Lichte Muze zijn overal in zijn werken terug te vinden. Veel tijdgenoten waardeerden Brahms echter vooral vanwege zijn meer doorwrochte kamermuziek en symfonieën. In deze eerbiedwaardige genres gold Brahms als de ware erfgenaam van Beethoven. Hij schreef echter ook talloze liederen en koorwerken, die zeker zo mooi zijn. Soms lijkt het alsof we hier een glimp van de ware Brahms kunnen opvangen, want de teksten die hij koos gaan vaak over fundamentele levensvragen. Hij had een grote kennis van de Bijbel. Toch leek hij meer geïnteresseerd te zijn in stoïcijnse berusting dan in de christelijke verlossing. Wie was Johannes Brahms? Misschien bewaarde hij zijn meest intieme gevoelens voor zijn muziek

Toelichting Schicksalslied
Het Schicksalslied (Nederlands: lied van het lot) is een korte krachtige compositie voor koor en orkest geschreven door Johannes Brahms tussen 1868 en 1871, met opusnummer 54.
De tekst is afkomstig van het gedicht Hyperions Schicksalslied van Friedrich Hölderlin, dat oorspronkelijk deel uitmaakt van de roman Hyperion. Brahms ontdekte de tekst in een boek dat in bezit was van zijn vriend Albert Dietrich. Hoewel hij meteen begon met schetsen voor het lied, duurde het daarna lang voor hij de structuur en expressie van het stuk had uitgewerkt. Het gedicht heeft slechts twee strofen, de eerste beschrijft de zaligheid van de goden en de tweede het lijden van de mensheid, "zich blind in de afgrond stortend". Brahms wilde aanvankelijk een driedelig werk maken, met een reprise van de eerste strofe. Hij had echter het gevoel dat hij daarmee te veel in zou gaan tegen de oorspronkelijke, meer tragische visie van Hölderlin. Weliswaar gaat het werk in de coda terug naar de muziek van de eerste strofe, maar alleen instrumentaal, dus zonder de tekst. Een eerste versie, met koor in de coda, bestaat wel en is ook opgenomen. De première vond plaats op 13 oktober 1871 in Karlsruhe, onder leiding van dirigent Hermann Levi.

Terug naar de inhoud