Koorpartij-oefening

Koorpartij-Oefening
Ga naar de inhoud
Zingen is twee keer bidden
Officium defunctorum a 6 (Tomas Luis de Victoria)
Tomás Luis de Victoria's "Officium Defunctorum," in a
live performance by Cantores Musicæ Antiquæ,
Jeffery Kite-Powell, director.
February 18, 2000 at the Cathedral on the campus of Loyola University in New Orleans, La.
Oefennummer.  
Tomás Luis de Victoria (1548-1611)
De Victoria werd, als zevende van elf kinderen, in Madrid geboren. Als koorknaap kreeg hij zijn eerste muzieklessen, en na zijn stembreuk werd hij naar Rome gestuurd. Daar leerde hij ongetwijfeld de grote Palestrina kennen, misschien zelfs als docent. Tot 1587
had hij vervolgens een zeer succesvolle carrière als musicus en componist, tot hij de rust opzocht en in dienst van een klooster ging werken. De arbeidsvoorwaarden waren daar uitermate gunstig: De Victoria had een bediende, de maaltijden werden verzorgd en per jaar had hij een maand vakantie! Deze omstandigheden zorgden er voor dat De Victoria zich niet meer liet verleiden tot functies elders. Als componist richtte De Victoria zich volledig op de Latijnse liturgie: hij schreef vele missen, Magnificats en motetten. Zijn sombere muziek is vooralsnog het populairst gebleken, zoals het Requiem en het prachtige officie voor de Goede Week. Hierdoor is wel een wat vertekend beeld ontstaan van De Victoria als een soort sombere romanticus, maar hij schijnt bepaald geen tobber te zijn geweest.


Officium defunctorum
 
Het moet ondanks de relatief bescheiden omvang een indrukwek kende gebeurtenis zijn geweest: de uitvaartdienst van keizerin Maria van Spanje die op 26 februari 1603 in het Koninklijk Klooster van de Blootvoetse Zusters van Sint Claire was overleden.
Maria - de dochter van Karel V en lsabella van Portugal - al enige tijd weduwe van keizer Maximiliaan II van Oostenrijk, had
zich teruggetrokken in Spanje, waar ze geregeld als regentes de dienst had uitgemaakt. Hoewel daarom van een grootse staatsbegrafenis geen sprake kon zijn, bewees de uitvaartdienst op 22 en 23 april op passende wijze eer aan haar status. Koning Filips III van Spanje, de zoon van haar in 1598 overleden broer Filips II, was er en ook verder sloten alle hoogwaardigheidsbekleders van kerk en staat aan in de Kerk van Sint Petrus en Paulus op de plek waar tegenwoordig de beroemde kathedraal van Madrid staat. Het meest indrukwekkende was misschien wel het moment dat de speciaal voor deze dienst geschreven Requiemmis klonk, terwijl de katafalk [verhoging waarop een doodskist wordt geplaatst] die de allang en breed begraven keizerin Maria in haar kist vertegen-woordigde, eervol stond tussen het koor en het hoofdaltaar.

Dat requiem,het Officium defunctorum (Dodenofficie), was gecomponeerd door de grootste Spaanse renaissancecomponist van dat moment,Tomás Luis de Victoria.
In de tijd dat hij in Rome werkte, had hij al eens een requiemmis gecomponeerd voor vierstemmig koor, een werk dat in 1583 gepubliceerd werd. Zes jaar later vertrok Victoria naar Madrid om daar als koorleider en aalmoezenier van keizerin Maria te
werken in het klooster waar ook haar dochter prinses Margaretha al sinds 1584 zat. Hoewel het voor de hand lag dat Victoria de muziek zou schrijven voor de dienst ter ere van Maria, maakte hij er iets bijzonders van. Hij zette niet alleen de delen van de normale requiemmis voor zesstemmig koor (SSATTB), maar ook een gebed (Taedet an mam meam) dat behoort tot het officie van de Metten, het begrafenismotet Versa est in Juctum cithara mea en de ceremonie van de Absolutie (vergeving van de zonden). Doorgaans worden tijdens concerten, evenals vandaag, alleen de delen van de requiemmis en het motet  uitgevoerd.
Tomás Luis de Victoria betoont zich een meester van de polyfonie (meerstemmigheid) die onder Giovanni Pierluigi di Palestrina
een sterke ontwikkeling doorgemaakte. Of Victoria werkelijk les heeft gehad  van Palestrina is niet zeker, maar zijn
beheersing van diens laat-renaissancistische meerstemmigheid is uniek. Hij beheerst de regels van het pure contrapunt (gelijkwaardige meerstemmigheid) dat Palestrina voorstond perfect,maar laat in zijn Officium defunctorum ruimte voor een zekere speelsheid en onaardse lichtheid. Toen Victoria het werk in 1605 publiceerde, droeg hij het op aan Prinses Margaretha terwijl de titelpagina expliciet meldde dat hij het werk geschreven had 'voor de uitvaart van haar geéerde moeder.' Het zou het laatste werk zijn dat Victoria publiceerde  voor hij in 1611zelf overleed. Zijn Officium defunctorum geldt tegenwoordig als het muzikale hoogtepunt van de late Spaanse renaissance



Terug naar de inhoud